|
Algemene situatie in de context van de economische crisis
Aan het einde van de tweede helft van 2009 heeft de binnenvaart nog steeds te kampen met een daling van de vervoersvraag in de orde van grootte van 20% als gevolg van de economische crisis. Hoewel in de zeehavens voor bepaalde goederen een licht herstel van de activiteiten erop lijkt te wijzen dat het dieptepunt van de crisis gepasseerd is en het vanaf de zomer van 2009 weer bergopwaarts lijkt te gaan, verwacht men niet dat de vervoersvraag op korte termijn krachtig zal aantrekken. De deskundigen verwachten eerder een geleidelijk herstel dat verschillende jaren zal vergen, hetgeen echter voor de binnenvaart problematisch is. Vooral in de drogeladingvaart zijn er immers talrijke particuliere exploitanten die door de geringe vraag naar vervoer en de daardoor zeer lage vrachtprijzen, in hun bestaan worden bedreigd.
Situatie in de drogeladingvaart In de drogeladingvaart is in de meeste sectoren die van dit vervoer gebruik maken, het getransporteerde volume op zijn minst 20% teruggelopen.
De landbouwsector is één van de weinige sectoren waar de getransporteerde volumes in vergelijking met het jaar ervoor gestegen zijn. Vooral de landbouwproducten toonden een stijging van meer dan 35%, terwijl voedermiddelen en overige levensmiddelen stagneerden.
Het vervoer van meststoffen daalde met 13%. Over het geheel gezien is dit ook de enige sector waar in de loop van de herfst ten tijde van de maïsoogst een tekort aan laadcapaciteiten kon worden vastgesteld.
In de staalnijverheid is het vervoer door de binnenvaart met ongeveer 42% gedaald. Dit geldt zowel voor grondstoffen als voor gerede producten en halffabricaten. Het dieptepunt werd bereikt in april 2009, en daarna kon in Europa, net als in de rest van de wereld, een licht herstel van de staalproductie worden vastgesteld. In de vraag naar vervoer door de binnenvaart heeft zich dit echter tot nu toe niet doorgewerkt. Voor 2010 wordt in deze industrietak niet met een substantiëlere opleving gerekend.
Het vervoer van kolen toont qua volume een daling van meer dan 20% in vergelijking met de eerste zes maanden van 2008. Wereldwijd gezien is het kolenverbruik in de eerste helft van 2009 als gevolg van de economische recessie duidelijk afgenomen. Deze tendens is ook in Europa zichtbaar en is met name te wijten aan de zeer sterke afname van de staalproductie. De waargenomen ontwikkelingen binnen de industrietakken die kolen verbruiken, verklaren de daling in de vervoersvraag die ook in de tweede helft van 2009 nog geen ommekeer laat zien.
In de loop van de eerste zes maanden van 2009 is het volume van vervoerde bouwmaterialen in vergelijking met het voorgaande jaar meer dan 20% in volume gedaald. Het spreekt vanzelf dat ook dit een gevolg is van de economische crisis.
Hoewel de steunmaatregelen inmiddels eerste vruchten afwerpen, en dan vooral op het niveau van de openbare werken, is er in de particuliere sector alleen nog maar sprake van een zekere stabilisatie. In de herfst zijn er wel nieuwe opdrachten geregistreerd, maar vooralsnog mondjesmaat. Ook hier wordt er op korte termijn geen duidelijk herstel van de vervoersvraag verwacht.
Het vervoer van containers over de Europese waterwegen is in de loop van de eerste helft van 2009 (uitgedrukt in TEU) bijna 20% gedaald. Als men de ontwikkeling bekijkt van het vervoer naar het achterland vanuit de zeehavens en deze vergelijkt met de ontwikkeling van het zeevervoer van containers, dan kan men vaststellen dat de door de binnenvaart naar het achterland vervoerde volumes minder terugliepen (-16,6% in de eerste negen maanden) dan het vervoer over zee (-18,4% in de eerste negen maanden). Dit lijkt te bevestigen dat de binnenvaart in deze crisisperiode marktaandelen van de andere vervoerswijzen over land heeft weten over te nemen, hetgeen met name aan de zeer lage vrachtprijzen te danken zal zijn. Net als in de sectoren die klant zijn van de drogeladingvaart, wordt hier op korte termijn niet op een snelle en krachtige opleving van de transportvraag gerekend.
In de tankvaart zijn in de eerste helft van 2009 tegengestelde ontwikkelingen vast te stellen.
De aardoliesector is één van de weinige sectoren die sinds de herfst van 2008 tot aan de lente van 2009 niet onder de gevolgen van de crisis te lijden had en alleen werd beïnvloed door de ontwikkelingen op de aardoliemarkt. In de herfst van 2009 hebben de seizoensinkopen de markt tijdelijk doen opleven.
De transporten die door de Rijnvaart voor rekening van de chemische industrie werden verricht, zijn in de loop van het eerste semester van 2009 met meer dan 24% achteruit gehold. De productie in de chemische industrie schijnt aan het einde van de dalvaart te zijn gekomen en volgens deskundigen zou er in de tweede helft van 2009 weer een lichte groei behaald kunnen worden. Men gaat ervan uit dat het wel een aantal jaren zal duren tot de cijfers weer ongeveer op het vervoersniveau van 2008 zullen liggen.
De sector passagiersvaart is redelijk verschoond gebleven van de gevolgen van de economische crisis. In functie van de betrokken klantenkring, is het activiteitenniveau globaal gezien vrijwel hetzelfde gebleven.
Waterstanden Hoewel de waterstanden in de eerste helft van 2009 over het geheel gezien tevredenstellend waren en dit dankzij voldoende neerslag tot de maand augustus bleven, is er nu in de herfst van 2009 een langere periode van laagwater ontstaan. Op een gegeven moment werd de laadcapaciteit van de grootste eenheden hierdoor tot 30% gereduceerd. In de drogeladingvaart was er echter op geen enkel moment sprake van een duidelijk tekort aan capaciteiten vanwege het zeer lage niveau van de transportvraag, met uitzondering van het vervoer van graan, waar de vervoersvraag groot was vanwege de zeer goede maïsoogst. In de tankvaart waren de lage waterstanden in de herfst er debet aan, dat er voor de grootste eenheden beperkingen golden.
Exploitatieomstandigheden in 2009 In het licht van de zeer zwakke vervoersvraag was een aantal scheepsexploitanten gedwongen hun exploitatiewijze aan te passen door minder uur per dag te gaan varen. Vooral ondernemingen met een zekere omvang konden hierdoor in ieder geval tijdelijk hun personeel inkrimpen en daardoor personeelskosten besparen.
In het jaar 2009 is de rente sterk gedaald. Dat neemt niet weg dat talrijke scheepsexploitanten toch sterker afhankelijk van de banken zijn geworden, nu zij hun activiteiten alleen nog maar dankzij deze ondersteuning kunnen voortzetten. De brandstofprijzen, die in de tweede helft van 2008 sterk waren gedaald, zijn de laatste maanden in vergelijking met het laagste niveau weer 30% gestegen.
In de drogeladingvaart liggen de inkomsten op een buitengewoon laag niveau. Dit is te wijten aan een combinatie van factoren. Het vervoerde volume ligt 20% onder het niveau van het jaar ervoor en de vrachtprijzen zijn bovendien zeer laag, zodat de kosten nauwelijks worden gedekt, als de schepen al goederen te vervoeren hebben. Een aantal exploitanten in de drogeladingvaart bevindt zich in een zeer precaire situatie. Zonder ondersteuning van de banken is het risico van een spiraal van faillissementen zeer groot. Vooral de duur van de crisis maakt de situatie er niet beter op. De deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat het herstel veel tijd zal vergen en verschillende jaren in beslag zal nemen. Binnen de huidige situatie hebben veel scheepsexploitanten niet voldoende financiële armslag om lang het hoofd boven water te houden.
In de tankvaart is de situatie enigszins anders, omdat aan het einde van 2008 en het begin van 2009 grote hoeveelheden aardolieproducten werden vervoerd, waardoor de dalende vraag van de kant van de chemische sector grotendeels gecompenseerd kon worden. Daarna is de markt tot aan het najaar van 2009 geleidelijk aan wat rustiger geworden, toen een seizoensgebonden opleving in de herfst kon worden vastgesteld. Voor de komende maanden wordt verwacht dat de transportvraag tot aan het voorjaar van 2010 relatief zwak zal zijn. Men kan dus vaststellen dat de ontwikkelingen in de aardoliesector losstaan van de gevolgen van de economische crisis.
Ontwikkeling van het vervoersaanbod en nieuwbouw Het ritme waarmee nieuwe schepen op de markt komen is in de drie eerste kwartalen van 2009 ondanks de crisis niet afgenomen. Een groot aantal van deze schepen was eind 2008 al in bestelling en niet alle bestellingen konden worden geannuleerd.
In de drogeladingvaart zijn sinds het begin van 2009 tot aan half november 62 normale motorvrachtschepen met een totale capaciteit van meer dan 226.000 ton in gebruik genomen. De gemiddelde omvang van de nieuwe schepen blijft toenemen, met een gemiddelde van meer dan 3300 ton voor de normale vrachtschepen.
In de tankvaart zijn er in dezelfde periode 47 tankmotorschepen met een gezamenlijke capaciteit van 125.600 ton aan de markt toegevoegd. Voor het einde van 2009 worden er nog meer nieuwe eenheden verwacht.
Het ritme waarmee nieuwe passagiersschepen worden gebouwd, blijft relatief stabiel, met acht nieuwe schepen sinds het begin van dit jaar. Gezien de specifieke klantenkring van dit segment, heeft de vraag naar vervoer op deze markt niet echt onder de crisis te lijden gehad.
In de drogeladingvaart zal langzaam maar zeker onder invloed van de economische crisis een einde komen aan deze golf van nieuwe schepen, als de schepen die nu in aanbouw zijn, worden voltooid. Nieuwe schepen zullen er wel nog komen in de tankvaart, met name omdat de vloot structureel moet worden vernieuwd om te kunnen voldoen aan de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen.
|