Gezinsbedrijven Print
dinsdag, 18 mei 2004 00:00

klik voor grote fotoNaar verwachting zal de komende 10 jaar ca 75% tot 80% van de Nederlandse binnenvaartondernemingen uit gezinsbedrijven blijven bestaan. Vooral omdat gezinsbedrijven sterk betrokken zijn, een grote inzet leveren en verknocht zijn aan het varen. Bovendien gaan deze bedrijven mee in de trend van schaalvergroting en de verhoging van de omloopsnelheid. Op het gebied van informatie- en communicatietechniek gaan de gezinsbedrijven, privé en zakelijk als op nautisch gebied, mee met de tijd.

Dit zijn een aantal conclusies uit het rapport "Continuïteit en Ambitie" dat in maart 2004 verschenen is. Het rapport geeft de onderzoeksresultaten weer naar de toekomst van gezinsbedrijven in de binnenvaart. Het onderzoek is uitgevoerd door AHA DATA in opdracht van de binnenvaartorganisaties CBRB, Kantoor Binnenvaart, AMVV, CBOB, KSCC, ONS en RKSB. In diverse publicaties, waaronder een van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, worden vraagtekens gezet bij de toekomst van het gezinsbedrijf in de binnenvaart. Daarom is de huidige positie van het gezinsbedrijf en het toekomstperspectief voor deze bedrijven onderzocht. Omdat het rapport een goed inzicht geeft in de binnenvaart, leest u hier een samenvatting van het onderzoek.


Gezinsbedrijven
Gezinsbedrijven zijn bedrijven die voornamelijk of alleen met hulp van de leden van het gezin in stand worden gehouden. In de binnenvaart betekent dit dat het management en de bemanning van het schip of schepen voornamelijk of uitsluitend bestaat uit gezinsleden.

Gezinsbedrijven kunnen onderverdeeld worden in man/vrouw bedrijven en gezinsbedrijven met personeel. Bij deze laatste groep worden 3 belangrijke subvormen onderscheiden:
- Gezinsbedrijven met schepen tot 86 meter, waarvan de man met een personeelslid vaart in de dagvaart of semi-continuvaart en de vrouw overwegend aan de wal woont en de kinderen verzorgt;
- De familiebedrijven waarbij ouders en kinderen en personeel geza-menlijk een volcontinubedrijf exploiteren;
- Bedrijven waarbij meerdere eigenaars samen met personeel in loondienst een volcontinubedrijf exploiteren

Gezinsbedrijven komen voor in alle vaargebieden waarvan meer dan de helft vaart op de Rijn, de zijrivieren van de Rijn, de Duitse kanalen en de Donau. Het overige deel is actief in Nederland, België en Frankrijk (Binnenlandse vaart en Noord-Zuid vaargebied). Tussen de gezinsbedrijven in de binnenvaart bestaan grote verschillen. Het type vervoer en vaargebied zijn het meest bepalend.
In de Rijn droge ladingvaart is de helft van de gezinsbedrijven actief. De meerderheid van de schepen is groter dan 1.000 ton. Grote afname man/vrouwbedrijven, toename familiebedrijven;
In de binnenlands/Noord-Zuid droge vaart is een 5e deel van de gezinsbedrijven actief. Over het algemeen zijn de schepen kleiner dan 1.000 ton;
In de zand/grindvaart is eveneens een 5e deel van de gezinsbedrij-ven actief. De schepen zijn over het algemeen kleiner dan 1.000 ton. Veel man/vrouwbedrijven en gezinsbedrijven waarvan de man met een personeelslid vaart;
In de containervaart is een klein deel van de gezinsbedrijven actief. Veel schepen zijn groter dan 1.000 ton. Man/vrouwbedrijven zijn in de minderheid. Groot deel zijn familiebedrijven in de volcontinuvaart;
In de tankvaart zijn weinig gezinsbedrijven en deze varen vooral op de Rijn. De meeste schepen zijn groter dan 1.000 ton. De gezinsbedrijven die in de tankvaart werken, varen voornamelijk op de Rijn.

De helft van alle gezinsbedrijven vaart in de dagvaart, ruim een derde in de semi-continuvaart en een klein deel in de volcontinuvaart. De laatste jaren is een deel van bedrijven overgestapt van dagvaart naar semi-continuvaart. Van de bedrijven die in de vol-continuvaart werken, combineert maar de helft dit met een regelmatige vrijetijdsregeling. In de toekomst zal meer gewerkt gaan worden met een regelmatige vrijetijdsregeling, waardoor de bemanningsgrootte zal toenemen. Een groot deel van de gezinsbedrijven houdt zondagsrust, waaronder ook bedrijven die in de volconinuvaart werken. Bij de helft van de gezinsbedrijven wordt gebruikt gemaakt van oproepkrachten. Ze worden incidenteel ingezet bij de bedrijven met meer personeelsdiensten en vrijwel nooit bij man/ vrouwbedrijven. De man/vrouwbedrijven vormen de meerderheid, maar is de laatste tien jaar sterk afgenomen. Gezinsbedrijven met grotere bemanningen zijn toegenomen. De verwachting is dan ook dat de man/vrouwbedrijven blijven afnemen en gezinsbedrijven met personeel zullen groeien.

 


Bedrijfsvisie
Er zijn een tweetal bedrijfsvisies, namelijk de ambitieuze en de behoudende bedrijfsvisie. Een ambitieus gezinsbedrijf streeft vooral naar uitbreiding en vernieuwing van het bedrijf, terwijl een gezinsbedrijf met een behoudende bedrijfsvisie streeft naar het continueren van het bedrijf waarbij het arend bestaan en het gezinsleven centraal staat. De bedrijfsvorm die ondernemers kiezen is voor een groot deel afhankelijk van de bedrijfsvisie. Zo zullen ondernemers met een behoudende bedrijfsvisie eerder kiezen voor een man/vrouwbedrijf of voor een bedrijf met een klein schip waarbij de man met personeel vaart en de vrouw aan de wal voor de kinderen zorgt. Ondernemers met meer ambitieuze bedrijfsvisie zullen eerder kiezen voor een familiebedrijf of voor een bedrijf met meerdere eigenaars. In de toekomst zullen beide visies in even grote mate blijven voorkomen.


klik voor grote foto Schippersgezinnen

Driekwart van de gezinnen woont overwegend aan boord. Het sociale leven speelt een steeds grotere rol. De binnenvaart is een meer open samenleving geworden, waarbij contacten met de walsamenleving meer gangbaar is geworden. De afgelopen 10 jaar is er meer prioriteit gegeven aan het onderhouden van een sociaal leven.
De mannen zijn overwegend schipperszonen. Bij de vrouwen is de helft van schippersafkomst. De helft van de mannen en vrouwen behoort tot de Nederlandse Hervormde of tot de Gereformeerde kerk, terwijl dat slechts voor een 5e deel van de Nederlandse bevolking geldt. Van de gelovigen bezoeken de varenden relatief vaker de kerk dan mensen die aan de wal wonen. Het gemiddeld aantal kinderen per gezin is 2,19 en ligt hoger dan dat van de Nederlandse bevolking van 1,72.
De invloed van de kinderen op de bedrijfsvoering is over het algemeen groot. Vaak worden het vaargebied en de vaartijden aangepast als de kinderen naar school gaan. Andere oplossingen, zoals dat de vrouw aan de wal gaat wonen of te stoppen met varen vanwege schoolgaande kinderen, worden vaker overwogen dan vroeger. Het is veel minder vanzelfsprekend geworden dat kinderen naar het internaat gaan. Gezinnen met schoolgaande kinderen zullen in de toekomst vaker kiezen voor bedrijfsvormen waarbij de man met personeel vaart of bedrijven waarbij meerdere eigenaar samen met personeel het bedrijf exploiteren. Jonge echtparen zonder kinderen of met jonge kinderen en ook oudere echtparen kiezen vaker voor een man/vrouwbedrijf.

Mannen voeren hoofdzakelijk de bedrijfstaken met betrekking tot het varen uit, zoals navigeren, manoeuvreren, lading verwerven, laden en lossen, onderhoud en schoonmaken van het schip. De vrouwen zijn voornamelijk belast met de zorg- en huishoudelijke taken. Het opleidingsniveau is de laatste tien jaar hard gestegen. Over het algemeen hebben de vrouwen een hoger opleidingsniveau dan mannen. Het opleidingsniveau zal de komende jaren nog verder stijgen, wat een gunstige ontwikkeling is voor het voortbestaan van de gezinsbedrijven.

 

 Sterke/zwakke punten en kansen

Sterke punten:
Flexibiliteit in werktijden, financiën, vaargebieden en ladingmarkten;
Het met gezins- en familieleden werken;
Plezier in het werk.

Zwakke punten:
Kwetsbaarheid in verband met gezondheid;
De waardevermindering en slechte verkoopbaarheid van oudere schepen;
De schoolgaande kinderen
Gebrek aan sociale contacten voor vrouwen.

Kansen voor gezinsbedrijven:
Toename van het vervoer over water;
Goed onderhouden vaarwegen en kunstwerken;
Betere planning van laden en lossen;
Gespecialiseerd vervoer;
Zelf kunnen laden en lossen.

 

Aanbevelingen
Het rapport sluit af met een 8-tal aanbevelingen. Namelijk:

1- Het is belangrijk te erkennen dat de 2 bedrijfsvisies (de behoudende en de ambitieuze) een belangrijke rol spelen in het voortbestaan van het gezinsbedrijf. Dat zorgt voor verscheidenheid, wat een evenwichtige ontwikkeling van de sector waarborgt.

2- Geef prioriteit aan het onderhoud van vaarwegen, vooral op de kleine vaarwegen waar de man/vrouwbedrijf hoofdzakelijk actief is.

3- Brancheorganisaties kunnen een grotere informatieve en adviserende rol vervullen omtrent het managen van het gezinsbedrijf en een klankbord zijn voor het bespreken van financiële en zakelijke aangelegenheden.

4- Meer waarde hechten aan het samenwerken met personeel en het opleiden van personeel. Dit is nood-zakelijk voor de continuïteit van het gezinsbedrijf. Bovendien maakt een positieve houding ten opzicht van personeel het werken in de binnenvaart aantrekkelijker.

5- Het is belangrijk dat de man en vrouw een gelijkwaardige taakverdeling hanteren. Op dit moment is de taakverdeling vrij traditioneel. Het isolement van de vrouw zal daardoor verminderen en kan de binnenvaart aantrekkelijk worden voor vrouwelijke matrozen en stuurlieden.

6- De brancheorganisaties moeten meedenken in oplossingen voor schoolgaande kinderen.

7- De brancheorganisatie moeten meedenken naar oplossingen voor gezinsbedrijven die het bedrijf willen beëindigen. Door de waardevermindering en het stilvallen van de markt voor oudere schepen, kunnen veel ondernemers niet stoppen.

8- Er moeten meer afmeervoorzieningen en autoafzetplaatsen komen.
 

Bron: Onderzoeksrapport "Continuïteit en Ambitie", een onderzoek naar de toekomst van gezinsbedrijven in de binnenvaart, maart 2004. Voor meer informatie kunt u terecht bij Kantoor Binnenvaart en het CBRB

NB: Denk nu niet dat de hele binnenvaart nagenoeg uit gezinsbedrijven bestaat. Nog altijd bestaat ca. 20 tot 25% van alle Nederlandse binnenvaartondernemingen uit bedrijven die alleen met personeel werken. Meestal zijn dat rederijen. Ook in de EU, Oost- en Midden Europa liggen de verhoudingen anders. Polen, Tsjechië en de Donaulanden werken over het algemeen met rederijschepen die personeel in dienst hebben, terwijl Belgische en Franse binnenvaart weer meer uit gezinsbedrijven bestaat. Duitsland zal waarschijnlijk er tussenin zitten of zelfs meer naar de rederijkant trekken. (Paul Hoekman)

Laatst aangepast op maandag, 20 april 2009 09:23
 
Banner