|
Verdrinking is nog steeds één van de meest voorkomende dodelijke werkongevallen in de Rijn- en Europese binnenvaart. Om het aantal gevallen van verdrinking te beperken en de bemanningsleden van binnenvaartschepen een veilige werkplek te garanderen, heeft de Rijnvaartcommissie (CCR) een aantal concrete tijdelijke maatregelen goedgekeurd. Het gaat in hoofdzaak over bepalingen voor de uitrusting van schepen met voorzieningen ter voorkoming van overboord vallen en het dragen van zwemvesten.
De CCR voert op die manier voor de Rijnvaart algemene Europese voorschriften in ter bescherming tegen overboord vallen op de arbeidsplaats. De aanvullende eisen gelden alleen voor nieuwe schepen en gelden tot 30 november 2014. Voordat de aanvullingen definitief in de Rijnvaartreglementen opgenomen worden, zal de CCR de voorschriften op basis van een ongevallenanalyse evalueren en zo nodig bijstellen. Dit omdat op dit moment de bestaande ongevalstatistieken van de lidstaten ontbreken of onvoldoende toepasbaar zijn ten aanzien van verdrinking.
Het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR - technische uitrusting schepen) heeft mede tot doel, de veiligheid op de werkplek op binnenvaartschepen te waarborgen. Het huidige ROSR omvat voldoende voorschriften m.b.t. voorzieningen ter voorkoming van overboord vallen op passagiersschepen in de voor passagiers toegankelijke zones en voor vrachtschepen in zones waar een risico bestaat om bijvoorbeeld op een ander dek of in het laadruim te vallen. Het bevat daarentegen geen voorschriften voor beveiligingen van gangboorden aan de kant van het water, waardoor verdrinkingen voorkomen zouden kunnen worden. De preventieve maatregelen in dit geval bestaan uit relingen, verschansingen of dennebomen.
Het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) omvat een algemeen vereiste dat schepen zodanig gebouwd en uitgerust moeten worden dat de veiligheid van de personen aan boord en van de scheepvaart in het algemeen gegarandeerd is. De huidige tekst bevat echter geen enkele verplichting betreffende het dragen van zwemvesten of het gebruik van neerklapbare of wegneembare relingen indien deze voorhanden zijn.
De CCR heeft een aantal concrete aanpassingen aan het RPR goedgekeurd die er in hoofdzaak op gericht zijn dat inklapbare of verwijderbare relingen worden voorzien en personen die het risico lopen om in het water te vallen, een zwemvest dragen. De aanpassingen in het ROSR hebben tot doel aan boord van alle schepen, met uitzondering van duwbakken en sleepschepen zonder slaapplaatsen, aan de rand van het dek relingen of vergelijkbare valpreventiesystemen verplicht te stellen.
De CCR is zich bewust van het feit dat het scheepvaartbedrijfsleven behoefte heeft aan een passende termijn voor het aanbrengen van valpreventiesystemen aan boord van de bestaande schepen. Daarom heeft zij lange overgangstermijnen voorzien.
Mede met het oog op een nog uit te voeren evaluatie van kosten en baten, zullen de wijzigingen in eerste instantie van kracht worden in de vorm van voorschriften van tijdelijke aard, die zullen gelden van 1 december 2011 tot 30 november 2014.
|